h2 class="sidebar-title">Links muziekgek

muziekgek

Music is my first love, op deze weblog geef ik verslag van muzikale zaken waar ik mee bezig ben. Dat kan een internet adres zijn, een artiest of andere onderwerpen die met muziek te maken hebben.

donderdag, juni 03, 2010

Hester heeft een andere mening

tekstversie | originele versie | printversie hele pagina
NRC Handelsblad 03-06-2010, pagina 9

Popmuziek beleeft juist zijn doldwaze dagen

Er zijn én megahits die vrijwel iedereen kent én er bestaat voor elke muziekstijl een online fangemeenschap

Thimon de Jong schreef dat er geen hits meer zijn en dat het samen beleven van muziek minder voorkomt. Oh ja? Vergeet internet niet, aldus Hester Carvalho.

Een aantrekkelijk aspect van popmuziek is het gevoel van verbondenheid dat die je kan geven. Ga naar een popconcert en je weet: ‘hier staan mensen met goeddeels dezelfde smaak en interesse als ik’. Geen andere kunstvorm is bovendien zo internationaal verbreid als popmuziek. Draai in Rotterdam een liedje van Beyoncé en je kunt ervan uitgaan dat ergens in Hongkong en Toronto ook iemand naar Single Ladies luistert. Popmuziek bestaat zo’n zestig jaar en de liefhebbers van het eerste uur zijn nog altijd trouw aan hun idolen. Bij optredens van Bob Dylan of Paul McCartney staan opa’s en oma’s met hun kinderen en zelfs kleinkinderen.

Toch meent Thimon de Jong dat de „collectieve cultuurbeleving” van popliefhebbers op dit moment bedreigd wordt. In zijn artikel ‘Wo sind denn die Superhits? Wo sind sie geblieben?’ (Opiniepagina,25 mei) noemt hij de collectieve cultuurbeleving van popmuziek als een van haar belangrijkste functies. Hij memoreert de „superhits” uit zijn jeugd die door „iedereen” werden meegezongen, en betreurt het dat er tegenwoordig nauwelijks liedjes bestaan die bij iedereen bekend zijn. Onze muzieksmaak is gefragmenteerd, zegt hij. Daardoor zullen mensen in de toekomst niet meer eensgezind de dansvloer opspringen bij het horen van een jeugdhit. Bovendien, aldus De Jong, ontbreekt het tegenwoordig aan nieuwe muzikale stromingen, en aan een deugdelijke subcultuur.

Inderdaad heeft internet een grandioze invloed op de manier waarop muziek geconsumeerd en geproduceerd wordt. Dat heeft inmiddels geleid tot twee schijnbaar tegengestelde ontwikkelingen: versplintering en samenballing.

De versplintering zit hem in de vele muzikale gemeenschappen (‘communities’) die zich online organiseren via sites als MySpace, Facebook, LastFM en Soundcloud. Hierop ‘posten’ muzikanten hun liedjes die door liefhebbers worden beluisterd en uitgewisseld. Elke muziekstijl heeft zijn eigen fansites. Wie uitsluitend wil luisteren naar Poolse reggae of analoge dubstep kan online moeiteloos een groepering van gelijkgestemden vinden. Op deze manier ontstaan er, anders dan De Jong meent, juist ontelbaar veel subculturele niches, waar de aanhang hartstochtelijk gebruik van maakt.

Bovendien is dit de democratisering van creativiteit: we kunnen zowel alles beluisteren van anderen als de eigen creaties aanbieden. Nagenoeg gratis en áltijd toegankelijk – muzikaal gezien beleven we de dolle dwaze dagen van de geschiedenis.

Maar parallel aan de versplintering in fancommunities, zien we nog een trend – die van de blockbusters: films die ‘iedereen’ ziet, boeken die iedereen leest, liedjes die iedereen luistert. In de popwereld leidt dat ertoe dat een klein gezelschap de hitparade domineert. Sommige van deze megasterren maakten carrière dankzij internet. Anders had Lady Gaga niet het massale bereik gehad dat ze nu heeft: door de verbreiding via fans en communitysites werd de clip bij haar liedje Telephone binnen twee weken maar liefst één miljard keer bekeken, een record.

Het is dus een klein gezelschap dat de hitparade beheerst – niet veel anderen lijken die toplaag te kunnen bereiken. Zo heeft de popmuziek een andere structuur dan vroeger. Minder topstukken en meer semisterren. Wat niet wegneemt dat we nog steeds superhits horen, denk aan Pokerface, Single Ladies of Boom Boom Pow.

Het muziekaanbod is nu groter dan in de jaren zeventig en tachtig. Dat geldt voor meer zaken. Restaurants bieden meer dan alleen Spaans of Chinees en onze spijkerbroeken zijn niet altijd meer van Levi’s. Op internet kun je de hele dag nieuwe liedjes beluisteren en die zijn waarschijnlijk allemaal verschillend van wat de buurman beluistert. Maar misschien ben je wel lid van dezelfde community als Hassan in Casablanca of Yoichi in Kyoto. En heb je contact met Karen in Colorado, over de eerste probeersels van een feministisch hardcore duo.

Want dat is de hedendaagse variant van De Jongs ‘collectieve cultuurbeleving’. Zou hij die nieuwe verworvenheden willen inruilen voor een handvol superhits?

Labels: , , ,

donderdag, mei 27, 2010

Super hits zijn verdwenen

Wie verlangt nu naar een superhit?

De muziekhit als collectieve, culturele ervaring is juist overbodig geworden

Thimon de Jong schreef dinsdag op deze pagina dat de populaire cultuur te individueel is geworden. Wat is daar op tegen, vraagt


OTTO WICHERS ZICH AF.

In zijn artikel ‘Wo sind denn die Superhits?’ (Opiniepagina, 25 mei) maakt Thimon de Jong een aantal rake observaties over de muziekcultuur van nu. Hij constateert dat de geïndividualiseerde luisteraar het moet stellen zonder nieuwe superhits van het kaliber The Time of My Life.

De Jong meent dat dit een sociaal en artistiek probleem is. Volgens hem kent de nieuwe generatie luisteraars geen gedeelde cultuurervaringen en blijft moderne muziek hangen in het verleden. Hij verlangt terug naar het systeem van de superhit als collectieve cultuurbeleving. Als oplossing roept hij op tot een einde aan de ‘remixcultuur’ die nieuwe evergreens in de weg zou zitten.

De Jong toont weinig begrip voor de moderne muziekliefhebber. Ik vermoed dat weinig jongeren of artiesten zijn verlangens zullen delen. Hij stelt terecht dat populaire cultuur geïndividualiseerd en gefragmenteerd is. Maar wat is daar op tegen? Jongeren zijn creatiever en eclectischer dan ooit in hun cultureel gedrag. De generatie van de jaren nul heeft dankzij internet als eerste de vrijheid om haar smaak en cultuurbeleving op puur persoonlijke basis te ontwikkelen en definiëren. Collectieve culturele ervaringen als een superhit zijn voor deze generatie simpelweg overbodig. De gemiddelde scholier bekommert zich niet om vastgeroeste ideeën over muziek als iets dat wel of niet bij zijn generatie of tijd hoort, en plaatst de nieuwste dubstep-track in een playlist naast een liedje van Elvis.

Jongeren hebben superhits nodig, zegt De Jong

„Er is iets raars aan de hand in de muziekindustrie”, schreef cultuurwetenschapper Thimon de Jong dinsdag op deze pagina. „Er zijn in deze eeuw geen evergreens meer bijgekomen die wereldwijd door jong en oud kunnen worden meegezongen, gefloten of geneuried.”

Muziekliefhebbers hebben hun eigen niche gevonden en halen hun favoriete muziek van iTunes, Spotify, LastFM of een torrentsite. Radio wordt steeds minder voor nieuwe muziek beluisterd en de top-40 is op sterven na dood.”

Is het verdwijnen van de superhit een probleem? Ja. Muziek is een te belangrijk onderdeel van onze cultuur om het zonder evergreen te stellen. Jongeren hebben behoefte aan collectieve cultuurbeleving. [...] Doordat jongeren de helden van hun ouders remixen [...], blijven zij hangen bij oude evergreens.”

Lees het volledige stuk op nrc.nl/opinieblog

De Jong toont ook weinig waardering voor wat hij de remixcultuur noemt. Die is volgens hem ‘bij gebrek aan iets eigens’ ontstaan, en de reden dat er geen nieuwe muziek is. Dat laatste is simpelweg onjuist; muziek verplaatst zich alleen niet meer via collectieve kanalen zoals de top-40, omdat dat niet meer nodig is.

Daarnaast vergeet De Jong dat de grote vernieuwers van de twintigste eeuw op hun manier ook ‘remixers’ waren. The Beatles gebruikten de riffs van Chuck Berry in hun eigen songs en Bob Dylan kopieerde de melodieën van eeuwenoude folkmuziek voor zijn eigen, vernieuwende muziek. Het schaamteloos gebruik van elementen uit andere muziek is niets minder dan een gezond artistiek proces.

Muziek evolueert naar omstandigheden. Moderne artiesten en luisteraars hebben geen boodschap meer aan ouderwetse ideeën over originaliteit of alomtegenwoordigheid als voorwaarde voor culturele impact. De Jong noemt dit, met Mark Fisher, cultural deceleration – afremming van cultuur. Ik noem het bevrijdend.

Labels: , , , , ,